Segbroek College

Vakinhoude 2e fase Wiskunde

In de maanden januari, februari en maart is er voorlichting omtrent de profielkeuze voor 3 HAVO- en 3 VWO-leerlingen met hun ouders.
Het vak wiskunde speelt een belangrijke rol bij deze keuze. De sectie wiskunde geeft hierbij ook de nodige informatie.

Door de herziening tweede fase die volgend jaar plaatsvindt, kunnen de leerlingen kiezen uit de volgende wiskundevakken:

Wiskunde C (WC) Dit is het “kleine” WA programma, iets minder en iets minder moeilijk.
Wiskunde A (WA) Statistiek, kansberekening en toegepaste analyse vormen de kern. Er is aandacht voor toepassingsgerichte problemen maar ook voor de ontwikkeling van wiskundige rekenvaardigheden.
Wiskunde B (WB) Analyse vormt de kern van dit programma. De nadruk ligt op het ontwikkelen van wiskundige technieken en vaardigheden en het vergroten van het probleemoplossend vermogen.
Wiskunde D (WD) Dit vak zorgt voor verbreding (extra WA) en verdieping en is een goede voorbereiding op een exacte vervolgopleiding. Het is de bedoeling dat we in dit vak gaan samenwerken met het hoger onderwijs. Bij WD is er geen landelijk eindexamen.


In de derde klas begeleiden wij leerlingen en hun ouders bij het kiezen van het juiste wiskundevak. Dit doen wij door de invoering van het WB-cijfer op het rapport. Een voldoende voor WB geeft aan dat er goede mogelijkheden zijn bij het vak WB in de bovenbouw.

Welke wiskunde moet ik kiezen? VWO

In het volgende schema is te zien hoe de wiskundevakken zijn verdeeld over de profielen:

VWO
profiel verplicht profielvak profielkeuzevak vrij vak
CM WC    
EM WA    
NG WA of WB   WD*
NT WB WD (of BI of IN) WD

* Alleen leerlingen met WB kunnen ook WD kiezen.
 
Welk profiel en welke wiskunde kies jij?
Bij wiskunde A gaat het om onderwerpen die je later misschien weer nodig hebt bij een vervolgopleiding. Bij studies zoals psychologie en pedagogiek krijg je veel te maken met statistiek. In wiskunde A zit daarom een flink stuk statistiek en kansrekening. Ook moet je met functies en grafieken kunnen werken. Bij economische studies is wiskunde ook belangrijk. Bij die studie krijg je ook differentiëren. Je moet dan kunnen bepalen hoe steil een lijn of een raaklijn loopt. In wiskunde A zit geen meetkunde.
Als je verder wilt studeren in de richting van "Gedrag en Maatschappij" of "Economie" is wiskunde A onmisbaar.
Let op: bij sommige economische studies op de universiteit moet je wiskunde B hebben. Als wiskunde je goed af gaat en je wilt economie studeren op de universiteit, dan heeft wiskunde B de voorkeur boven wiskunde A.

Wiskunde C is alleen bestemd voor leerlingen met het profiel CM. Die gaan in het algemeen geen sterk wiskundig getinte studies doen. Het vak lijkt op wiskunde A, maar het onderwerp differentiëren ontbreekt. Er zit wel statistiek en kansrekening in en ook functies en grafieken. Met wiskunde C in je bagage kun je dus de kant van "Gedrag en Maatschappij" op. Voor de sector "Economie" kun je beter wiskunde A of B kiezen. Bij sommige studies komt op het eerste gezicht geen wiskunde aan de orde. Denk maar aan rechten. Maar bij sommige onderdelen die op economisch of fiscaal (belastingwetten) terrein liggen, is inzicht in getallen en grafieken toch wel erg handig. Daarom krijgen ook CM-leerlingen op het vwo verplicht wiskunde.

Bij wiskunde B krijg je onderwerpen die belangrijk zijn voor opleidingen in de exacte hoek, bijvoorbeeld op een technische universiteit. Maar ook voor universitaire studies zoals natuurkunde en scheikunde is wiskunde B verplicht. Daar zitten onderwerpen in zoals functies, differentiëren en integreren (dat heb je nodig als je oppervlaktes wilt uitrekenen), meetkunde en goniometrische functies (daar komen de termen sinus, cosinus en tangens in voor. Ze komen van pas als je moet rekenen aan golven en trillingen). Wiskunde B is abstracter dan wiskunde A. De meeste leerlingen vinden wiskunde B moeilijker dan wiskunde A. Vraag je wiskundeleraar om advies bij je keuze.

En dan is er nog wiskunde D. Je mag wiskunde D alleen als profielvak (alleen bij NT) of als vak in het vrije deel kiezen als je ook wiskunde B hebt gekozen. Je hebt dan dus twee wiskunde-vakken, B en D. Dat is vooral van belang als je echt de exacte kant op gaat, bijvoorbeeld naar één van de technische universiteiten. Je wilt iets gaan studeren waar de vakken wiskunde B en meestal ook natuurkunde verplicht zijn. Je bent dus goed in wiskunde en je vindt het een leuk vak. In wiskunde D komen de volgende onderwerpen aan bod: statistiek en kansrekening, dynamische modellen (rekenen aan veranderende of bewegende systemen), analytische meetkunde en complexe getallen.

Welke wiskunde moet ik kiezen? HAVO

In het volgende schema is te zien hoe de wiskundevakken zijn verdeeld over de profielen:

HAVO
profiel verplicht profielvak profielkeuzevak vrij vak
CM geen wiskunde   WA
EM WA    
NG WA of WB   WD*
NT WB WD (of BI of IN) WD

* Alleen leerlingen met WB kunnen ook WD kiezen.
 
Welk profiel en welke wiskunde kies jij?
Bij wiskunde A gaat het om onderwerpen die je later misschien weer nodig hebt bij een vervolgopleiding. Bij studies zoals in de sector economie en natuur en milieu is wiskunde onmisbaar. In wiskunde A zit daarom een flink stuk statistiek en kansrekening. Ook moet je met functies en grafieken kunnen werken. Je moet op een wiskundige manier het verband tussen bijvoorbeeld vraag en aanbod weer kunnen geven. Ook bij sommige gezondheidopleidingen komt enige wiskundekennis goed van pas. In wiskunde A zit geen meetkunde.

Bij wiskunde B komen onderwerpen aan bod die je later hard nodig zult hebben als je de exacte kant op gaat, bijvoorbeeld in de sector techniek of natuur en milieu. Er wordt veel aandacht besteed aan functies, veranderingen, ruimtemeetkunde en algebra. Je leert hoe je van allerlei figuren en voorwerpen de oppervlakte en inhoud kunt uitrekenen. Hoe exacter en technischer je vervolgopleiding, des te meer je wiskunde B nodig zult hebben. Het zijn meestal opleidingen waarvoor ook natuurkunde belangrijk of verplicht is. In wiskunde B zit geen statistiek en kansrekening. De meeste leerlingen vinden wiskunde B moeilijker dan wiskunde A. Vraag je wiskundeleraar om advies bij je keuze.

En dan is er nog wiskunde D. Je mag wiskunde D alleen als profielvak (alleen bij NT) of als vak in het vrije deel kiezen als je ook wiskunde B hebt gekozen. Je hebt dan dus twee wiskundevakken, B en D. Dat is vooral van belang als je echt de exacte kant op gaat, bijvoorbeeld naar één van de technische hogescholen. Je wilt iets gaan studeren waar de vakken wiskunde B en meestal ook natuurkunde verplicht zijn. Je bent dus goed in wiskunde en je vindt het een leuk vak. In wiskunde D komen de volgende onderwerpen aan bod: statistiek en kansrekening, dynamische modellen, toegepaste analyse (algebra) en ruimtemeetkunde.

Instromen vanuit 4 mavo (met wiskunde in het pakket)
Stroom je in vanuit de mavo, kies dan wiskunde A. Alleen goede leerlingen kunnen wiskunde B kiezen. Zij moeten dan wel, voor de zomervakantie, contact zoeken met de coördinator van 3M. Deze leerlingen moeten een inhaalprogramma volgen om een kans van slagen te hebben in 4 havo.


Adresgegevens

Klaverstraat 7
2565 BT Den Haag
tel. 070-363 49 40
info@segbroek.nl

Goudsbloemlaan 131
2565 CR Den Haag
tel. 070-363 34 39

facebook.png  twitter.png