Segbroek College

Dyscalculie

Informatie dyscalculie en aangepaste rekentoets

De gangbare definitie van dyscalculie is ruim. Bij dyscalculie is sprake van hardnekkige problemen met het leren en het vlot en accuraat oproepen en toepassen van de reken- en wiskundekennis. Deze problemen zijn niet toe te schrijven aan slecht onderwijs of didactische verwaarlozing, ze zijn als het ware "didactisch resistent". Ze leiden ertoe dat de rekenvaardigheid achterblijft bij de andere cognitieve vaardigheden.

Het is moeilijk (onmogelijk) om de groep leerlingen met dyscalculie nauwkeurig af te bakenen. Als de leerling wat ouder is (14+) is het heel moeilijk om vast te stellen of de oorzaak ligt in didactiek of onderwijs, of in de beperking zelf.
Voor de leerling maakt dat ook niet zoveel uit. Hij heeft een grote achterstand bij rekenen terwijl hij op andere terreinen goed mee kan komen. Hij heeft baat bij ondersteuning (geheugensteuntjes) maar ook dan liggen zijn resultaten ver onder het gemiddelde. Een toekomst die een groot beroep doet op rekenvaardigheid ligt niet voor de hand maar in andere beroepssectoren kan hij wellicht prima functioneren.
In dat geval is het van belang dat een dyscalculische leerling zo goed mogelijk leert rekenen, met gebruikmaking van doeltreffende hulpmiddelen. De toetsing en examinering stimuleren om doelen te halen maar dat mag er niet toe leiden dat onnodig wegen worden afgesloten. Vandaar dus een aangepaste toetsing met aangepaste eisen.

Sinds het pilotjaar 2013-2014 wordt voor leerlingen zowel in 2F als in 3F de mogelijkheid geboden tot het afleggen van een aangepaste rekentoets.
Hieronder staan de voorlopige aanpassingen. Deze betreffen zowel de hulpmiddelen als de afnamecondities als de eisen (de opgaven zijn eenvoudiger):

  • De aangepaste rekentoets bevat ten opzichte van 3F resp. 2F eenvoudiger rekenopgaven. Te denken valt voor 2F aan de 50% eenvoudigste opgaven van huidige 2F-voorbeelden, en voor 3F aan een mix van eenvoudige 3F-opgaven en opgaven vergelijkbaar met 2F.
  • Bij de aangepaste rekentoets mag de leerling bij alle opgaven een rekenmachine gebruiken. Dat kan de ingebouwde rekenmachine zijn, de leerling mag ook een eigen rekenmachine gebruiken. De opgaven zijn aan het gebruik van de rekenmachine aangepast.
  • Bij de aangepaste rekentoets mag de leerling bij alle opgaven een door het CvE vastgestelde reken-/formulekaart gebruiken. De kaart moet worden gezien als een rekenhulp en kladpapier.
  • Bij de aangepaste rekentoets is terugbladeren mogelijk. De leerling kan zijn eigen strategie bepalen bij de keuze van de volgorde van te maken opgaven en hij kan ook terug naar een eerder gemaakte opgave en het antwoord alsnog wijzigen.
  • De afnametijd voor de aangepaste rekentoets wordt zo vastgesteld dat een half uur meer tijd wordt gegund.

Wat de doorstroomrechten betreft, gelden formele regels vanaf het schooljaar 2015-2016. In het schooljaar 2014-2015 volstaat dat de leerling verklaart dat met hem is doorgesproken dat een (zichtbaar) aangepast niveau voor rekenen betekent dat vervolgopleidingen en eventueel beroepen die een groot beroep op de rekenvaardigheid doen, minder geschikt zijn. Het is wél van belang dat - ook in het kader van de pilot - voldoende ervaring wordt opgedaan met de afweging: het risico nemen van een te hoge lat, of voor lief nemen dat zichtbaar is dat de leerling aan lagere eisen voldoet. Het cijfer van de rekentoets wordt vermeld op een aparte bijlage bij de cijferlijst. Wanneer er een aangepast rekentoets is gemaakt, wordt dit ook vermeld. Dat kan consequenties hebben voor de vervolgopleiding.
Aan de rekenzwakke leerlingen zal extra aandacht moeten worden gegeven. Er wordt nog nagedacht over de vraag in welke vorm.